Interview met minister Bussemaker

Dagvoorzitter Donatello Piras interviewt minister Bussemaker bij de aftrap van de eerste editie van de Mbo Onderzoeksdag.

De eerste Mbo Onderzoeksdag. Een nieuwe stap. Wat vindt u daarvan?

Het is een mooi, goed initiatief. Het is erg belangrijk dat er in het mbo aan onderzoek wordt gedaan. We denken bij onderzoek vooral aan de universiteit. Inmiddels weten we dat er in het hbo ook veel aan onderzoek wordt gedaan. Dat is belangrijk en moet vooral gekoppeld worden aan de beroepsgroep. Dat geldt voor het mbo nog meer. Studenten hebben baat bij docenten die blijven ontwikkelen en de kennis van vandaag tot zich nemen. Communities met elkaar vormen, met elkaar, maar ook met het bedrijfsleven in de regio of andere onderwijsinstellingen, privaat of niet. Dat kan helpen om het regionale profiel van instellingen aan te scherpen. Onderzoek kan daarbij behulpzaam zijn.

Eindelijk een initiatief dat ‘bottom-up’ is ontstaan

Klopt, dat is mooi, dan werkt het ook beter. Ik kan wel dingen opleggen, zoals ik me nu bijvoorbeeld druk maak over examenkwaliteit; ik moet kunnen garanderen dat alle examens die studenten krijgen goed gevalideerd zijn. Tegelijkertijd ben ik blij met de beweging van onderop. Eigenaarschap moet bij docenten liggen. De drive om er dan mee aan te slag te gaan vergroot de kans op succes. Mijn taak is dat te ondersteunen. We hebben al de lerarenbeurs om bijvoorbeeld je master te halen, maar ook een promotiebeurs, zodat je als docent kunt promoveren op onderzoek, van mbo tot wo. Onderzoek doen is een manier om de professionalisering bij docenten te versterken. Het gaat niet alleen om de kennis die ze met onderzoek hebben gekregen, maar het gaat om de houding, om het stellen van vragen. De wereld verandert zo snel dat je nieuwsgierig en onderzoekend moet blijven om informatie van buiten naar binnen te halen en nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan. Dan heb je docenten nodig die niet zeggen ‘ik heb geleerd hoe het gaat en zo blijft het’. Maar een houding als ‘wat leer ik’ en wat kan ik bijdragen aan het bijdetijdse vakmanschap van studenten? We hebben diverse instrumenten om te stimuleren dat er meer onderzoekend gekeken wordt naar wat er in de wereld gebeurt, dat leraren zichzelf ontwikkelen. Daarnaast moeten mbo-instellingen zich daar waar het kan profileren en duidelijker maken waar zij regionaal of landelijk in uitblinken. Ik zeg erbij: dit is niet nieuw, er zijn al veel mensen met onderzoek bezig. We kunnen wel het zoeklicht zetten op wat er allemaal al gebeurt. Schijnwerpers zetten op wat mensen nu al doen. Van onderop. Ik kan me voorstellen dat lectoren van het hbo, of practoraten van het mbo, gaan samenwerken. Beide verzorgen ze beroepsonderwijs: je leidt op en onderzoek moet verbonden zijn met onderwijs. Dat is de primaire en belangrijkste taak van alle mbo-instellingen: mensen opleiden voor een beroep, maar ook voor een leven. Studenten moeten niet alleen sociale vaardigheden leren, maar ook voorbereid zijn op een werkzaam leven waarin veel verandert. Het mag allemaal innovatief en onderzoekend, maar altijd moet de link met de beroepspraktijk en het onderwijs gemaakt worden.

U zei in De Volkskrant dat onderzoekers een brug moeten slaan tussen de veranderende arbeidsmarkt en het onderwijs. Hoe kunnen we dat concreet maken?

Dat is concreet. Docenten in het kader van professionalisering een tijdje bij een bedrijf laten meelopen en bij bedrijven de scholen binnenhalen. Ik denk dat als we echt nadenken over de toekomst van het onderwijs dat het voor een deel plaatsonafhankelijker wordt. Dat hoeft niet alleen de beroepsvakken te betreffen, maar ook andere vakken. We hebben het over digitalisering en blended learning. Met name het regionaal investeringsfonds voor school, bedrijfsleven en regionaal bestuur geeft mogelijkheden om die kennis uit het afnemend veld binnen te halen in de scholen. Het is ook van belang dat die actuele inzichten ook weer in die opleidingen verwerkt worden. De kans dat dit gebeurt is groter wanneer het onderzoek door docenten zelf wordt gedaan. Niet altijd achter het laatste snufje aan, maar nadenken over wat het betekent voor de inrichting van het curriculum. Hoe geef je studenten mee dat ze om kunnen gaan met situaties die ze nog niet kennen. Pragmatisch oplossingsvermogen. Moet je vaak met elkaar doen, daar hoort ook weer bij: creativiteit.

U kunt zich uw eigen onderzoek herinneren. Wat wilt u vanuit uw eigen onderzoeksvraag meegeven aan de mensen die dit jaar wellicht een eerste stap in mbo-onderzoek hebben gedaan?

Geniet van het voorrecht dat je nieuwsgierig bent en dat je daar handen en voeten aan kan geven. Ik heb onderzoek doen als iets bijzonders ervaren, als een schatkamer waar je informatie uit kan halen en je dingen kunt verbinden wat nog niet eerder is gebeurd. Pionieren. Het gevoel dat je de volgende stap zet. Helaas ook tegenslag. Ik weet dat iedereen dat heeft. Mijn tip: bouw zelf communities op, bijvoorbeeld met mensen die met hetzelfde soort onderzoek bezig zijn, of uit een heel andere hoek. Samen sparren met en stoom afblazen bij mensen die je ook verder kunnen helpen als je het even niet meer ziet zitten. Ik zou vooral zeggen: geniet ervan. Het is fantastisch om op die manier met je beroep en de kennis van vandaag en morgen bezig te zijn.
">
 

Schrijf je nu in!

Kom ook naar de Mbo Onderzoeksdag 2017 en ga in gesprek met onderzoekende mbo-docenten en andere mbo-professionals!
 

Partners

De Mbo Onderzoeksdag 2017 is een gezamenlijk initiatief van het Albeda College, Hogeschool Rotterdam, Inholland, STC, Zadkine, de gemeente Rotterdam en de Werkgroep Mbo Onderzoeksdag. *
 

Belangstelling voor 2e editie?

Heb je belangstelling voor de Mbo Onderzoeksdag 2017? Vul je gegevens hier in.