skip to Main Content

Naslagwerk sessies Mbo Onderzoeksdag 2021

Samenbundeling van presentaties en onderzoeken en aanvullende informatie en materialen vanuit de sessies

Tijdens de Mbo Onderzoeksdag 2021 vonden er ruim 50 workshops, pitches, posterpresentaties, mini-reeksen en een speciaal aanbod over actuele onderwerpen en ontwikkelingen rondom onderzoek in het mbo plaats. In de sessies deelden mbo-professionals ervaringen over hun onderzoeksreis: hoe hebben zij onderzoek gedaan of toegepast?

Deze pagina wordt de komende tijd aangevuld met de belangrijkste inzichten en conclusies uit de sessies van de Mbo Onderzoeksdag 2021. Ook kan je er de presentaties terugvinden, materialen inzien voor de eigen onderwijspraktijk en onderzoekspublicaties inzien en vind je links voor meer informatie.

Lees op deze pagina meer over de:

  • Interactieve workshops
  • Pitches
  • Posterpresentaties
  • Mini-reeksen
  • En het speciale aanbod

Programmaboekje Mbo Onderzoeksdag 2021

Het programmaboekje van de Mbo Onderzoeksdag is een samenbundeling van de presentaties en onderzoeken als naslagwerk. Een mooie mogelijkheid om met elkaar in contact te blijven en zo een continue beweging te creëren. Het programmaboekje download je door te klikken op de afbeelding of via onderstaande button

Programma Mbo Onderzoeksdag 4 november 2021
Programmaboekje Mbo Onderzoeksdag

Interactieve workshops

Ceciel Korsmit, Landstede Groep 

Welke activiteiten vergroten het innoverend vermogen van de mbo-docent? Dit onderzoek behoort bij de onderzoekslijn ‘innoverend vermogen van de mbo docent’ van het practoraat Docentprofessionalisering (Landstede Groep). Dit is binnen het mbo een onderbelicht thema, terwijl het steeds belangrijker wordt dat je als docent trends en ontwikkelingen signaleert en vervolgens actie onderneemt. Ceciel Korsmit deelde haar kennis en ervaringen over de (idee) ontwikkeling van het onderzoek, het ontwerp van onderzoek en de uitvoering van de dataverzameling middels de onderzoeksbox en interviews. Deelnemers konden zelf ervaring opdoen met de onderzoeksbox. Ceciel nam deelnemers mee in het proces en (de opbrengsten van) de uitvoering van de onderzoeksbox.

Artikel over de onderzoeksbox 
Op dit moment zijn ze aan de slag met het schrijven van een artikel over de onderzoeksbox en hoe deze te ontwikkelen en in te zetten in eigen onderzoek. Dit door tegemoet te komen op de vele reacties na de Mbo Onderzoeksdag en het ontvangen van de aanmoedigingsprijs. Het artikel wordt gedeeld zodra het definitief is.

Irene Eegdeman, ROC TOP

Wie moet je uitnodigen als je studentuitval wil voorkomen? En als je dat dan weet, wat moet je dan met die studenten doen?  

In deze presentatie liet Irene zien dat we met behulp van machine learning algoritmes een redelijke voorspelling van uitval kunnen maken en gericht studenten kunnen uitnodigen om uitval te voorkomen. Het onderbuikgevoel van docenten kan daarbij ook een rol spelen en Irene heeft laten zien dat dit onderbuikgevoel de modellen ook daadwerkelijk beter kunnen maken. De focus ligt bij die modellen op wie je moet benaderen. Maar wat zou jij als docent nu doen als je weet dat iemand een hoge kans heeft om uit te vallen. Momenteel is Irene bezig met het opzetten van een practoraat waarbij deze vraag centraal staat.  

Contactgegevens: Irene Eegdeman (i.eegdeman@roctop.nl) of volg Irene en haar onderzoek op LinkedIn

Mirna Pit en Jade van Rossen, Inspectie van het Onderwijs

In 2021 onderzoekt de inspectie in alle onderwijssectoren de impact van de coronapandemie voor leerlingen en studenten. Het gaat om de gevolgen voor de ontwikkeling van studenten en de manier waarop besturen en opleidingen ervoor zorgen dat deze ontwikkeling zo optimaal mogelijk verloopt. Met dit onderzoek geeft de Inspectie van het Onderwijs gericht invulling aan de maatschappelijke opgave om zicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs voor leerlingen en studenten, ook ten tijde van crisis.
Tijdens deze workshop vertelden Mirna en Jade over dit onderzoek en de bevindingen. Ze gingen in gesprek met de deelnemers over de betekenis van de inzichten uit het onderzoek voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Samen verkenden ze de behoefte om gezamenlijk vervolgstappen te nemen.

Esra Evre, Rijn IJsel 

De afgelopen periode zijn er landelijk – zowel vanuit het ministerie als vanuit de MBO Raad en het Kwaliteitsnetwerk mbo – stappen gemaakt in het doorontwikkelen van kwaliteitszorg, kwaliteitsborging en kwaliteitscultuur in het mbo. In deze workshop vertelde Esra hoe ze middels een actieonderzoek de kwaliteitscultuur binnen de organisatie onderzocht. Collega’s van Rijn IJssel namen deel aan participatieve sessies en ook studenten zijn betrokken bij de vormgeving hiervan. Gezamenlijk onderzochten ze de beginselen van een visie op kwaliteit. Tijdens haar workshop nam Esra de deelnemers mee in haar ervaringen.

Annemarie Jonker en Manon Geven, saMBO-ICT 

De digitalisering in de mbo-sector is nog niet voldoende op gang gekomen. Daarom is Doorpakken op digitaliseren (DoD) in het leven geroepen door OCW, MBO Raad, Kennisnet en saMBOICT. Het programma kent een achttal aspecten die allen om een andere aanpak vragen. Vanuit een uiteenlopend onderzoeksdesign zijn werkgroepen op grond van de onderzoeken op verschillende wijzen aan het werk in de ontwerp- en onderzoeksfase. Tijdens deze workshop informeren Manon Greve en Annemarie Jonker je over de aanpak van DoD en dagen bezoekers uit mee te denken over de diverse aanpakken in het programma.

Ron Eijkenboom en Marc van Oosterhout, Vista college 

Ron en Marc hebben de deelnemers in deze workshop meegenomen naar het onderzoek “Beroepen van de toekomst”. Doormiddel van een werksessie, een inventarisatie en een visualisatie gingen zij verder in op de trends en ontwikkelingen van het huidige moment in relatie tot de eigen situatie. Reflecterend op de eerste fase van verkenning waarbij de aanleiding centraal stond gingen zij tijdens de workshop verder naar de tweede fase; de co-creatie. 

In deze fase hebben we, op basis van parameters van ENoLL, in kaart gebracht wat nodig is voor het tackelen van het wicked problem; beroepen van de toekomst én het opzetten van het Living Lab. Duidelijk is dat het VISTA college in dezen voorloper is. Het wicked problem is bij andere ROC’s bekend, maar het vormgeven van een Living Lab als oplossing nog niet. Samenwerking in PPS’en komt veelvuldig voor. VISTA brengt deze initiatieven samen in het Living Lab.  

Tot slot merkten we dat een aantal ROC’s momenteel bezig zijn met de inrichting van een practoraat. Hier heeft VISTA al enige tijd ervaring mee en kan in dezen als sparringpartner benaderd worden. 

Judith van Driel-Noordermeer, Albeda College 

Middels vier deelvragen is onderzocht hoe kwaliteiteninzet het welbevinden van eerstejaarsstudenten mbo-verpleegkunde Albeda beïnvloedt, met als doel studiesucces
De onderzochte literatuur onderbouwt dat herkennen, gebruiken en uitbreiden van kernkwaliteiten het studentwelbevinden langdurig zal verhogen (Seligman, Steen, Park, & Peterson, 2005). Bovendien is kwaliteiteninzet geassocieerd met betere studieresultaten (Linley, Nielsen, Gillett, & Biswas-Diener, 2010). Uit een verkennende probleem- en contextanalyse blijkt dat onvoldoende studiesucces het studentwelbevinden negatief beïnvloedt. Studentwelbevinden bestaat uit zeven elementen. Ter bevordering van dit welbevinden is gekozen voor een interventie met één element: kwaliteiteninzet. De interventie genaamd ‘geluk is een werkwoord’ is volgens de afgesproken ontwerp- en uitvoeringscriteria gerealiseerd in samenwerking met het vak sport/weerbaarheid. Hoewel er statistisch geen significant effect van de interventie op studentwelbevinden is vastgesteld, laten de kwalitatieve uitkomsten daarentegen de waarde van de interventie zien. Er is gebleken dat het bevorderen van één element, namelijk kwaliteiteninzet, door participanten in verschillende mate positief wordt verbonden aan alle elementen van studentwelbevinden. 

Daarbij wordt de opgedane ervaringskennis van de interventie breed gekoppeld aan opleiding, werk en leven.  Tip: gebruik creatieve werkvormen met ritme, muziek en spel/beweging. Daarnaast zijn digitale logboeken behulpzaam om voor monitoring van opgedane ervaringskennis en maakt dat je data-gedreven kan werken. 

Edith Wanschers en Nelie van Olst 

In deze workshop presenteerden Edith Wanschers en Nelie van Olst de handreiking Onderzoek doen binnen ROC van Twente. Deze handreiking voor collega’s in opleiding tot master is een voorbeeld van een van de activiteiten die zij met hun masternetwerk hebben opgepakt. Ambities van het masternetwerk zijn onder andere het faciliteren van team- en collegeoverstijgende kennisdeling, het vervullen van een netwerkfunctie (waarbij collega’s elkaar op expertise weten te vinden) en het opzetten van een team- en collegeoverstijgende PLG’s. Edith en Nelie gingen in de workshop in gesprek met (master)docenten en andere collega’s die betrokken zijn bij (het opzetten van) een masternetwerk binnen hun eigen mbo’s. Ze spraken o.a. over hoe je een masternetwerk opzet, op welke doelgroep je je richt en welke activiteiten je als masternetwerk kunt ondernemen.

Kim van Schie, Da Vinci College

De behoefte van zowel studenten en docenten aan een instructiestrategie – een korte digitale (online) instructie om in de begeleide les meer ruimte te hebben voor taken op toepassingsniveau en mogelijkheden voor maatwerk – was de aanleiding van het onderzoek van Kim. Tijdens de workshop deelde ze haar kennis en ervaringen om anderen te inspireren over het meekrijgen van een docententeam bij onderwijsinnovatie. Ze nam de deelnemers mee in de onderzoeksopzet en verschillende fasen van haar onderzoek. Ook liet Kim het belang inzien van het vaststellen van urgenties in de onderwijscontext door het managementteam en het docententeam. En ze gaf uitleg over het belang van het betrekken van studenten bij het vaststellen van de urgenties.

Roeland Hogt, Noorderpoort 

In 2019 bracht Roeland Hogt het thema Leven Lang Ontwikkelen in automotive en energietransitie al over de bühne tijdens de Mbo Onderzoeksdag. Twee jaar later is de innovatie verder ontwikkeld en groeit het snel verder van lokaal naar nationaal en mbo, hbo en wo. Met de thema’s waterstoftechnologie, duurzame stadlogistiek en mobility as a service reageert het mbo op de ontwikkelingen van buiten die belangrijk zijn voor de opleidingen binnen. Tijdens deze interactieve workshop neemt Roeland je mee langs de learning communities. Het practoraat combineert op deze manier inhoudelijke innovaties met Leven Lang Ontwikkelen. Binnen het theoretisch kader deelt hij de gebruikte methodiek en in de workshop reflecteren jullie en worden de succesfactoren benoemd. Benieuwd naar de ontwikkelingen en de innovatiestadia? Bekijk dan de presentatie en publicatie of neem contact op met Roeland.

Contactgegevens: RMM.Hogt@noorderpoort.nl

Nicoline Paquaij, Koning Willem I College 

In deze workshop nam Nicoline Paquaij de deelnemers mee op haar literatuurreis. Haar doel was te laten zien hoe het maken van een fundament met basiskennis over lezen en literatuur kan leiden tot een intrinsieke motivatie om zelf te gaan lezen. Ze nam de deelnemers mee in haar methodiek om literatuurgeschiedenis over te brengen en in haar theoretisch perspectief. Deelnemers beschikten na afloop over een theoretisch kader aangaande lezen en de ontwikkelingsfasen van lezersrollen.

Linda Sontag en José Mulder, NRO 

Wat wil jij weten over goed onderwijs? Over welke vragen heb jij meer kennis nodig? Hierover is het afgelopen jaar nagedacht door onderwijsprofessionals. Ook komen deze vragen terug in de Kennisagenda voor het Onderwijs. Op deze kennisagenda staan zes belangrijke thema’s om kwalitatief hoogstaand onderwijs te waarborgen, ook in het mbo. In deze workshop kregen deelnemers meer informatie over de Kennisagenda. Zij dachten mee over het belang van kennisontwikkeling in de eigen regio. Wat betekenen deze thema’s voor onderwijsprofessionals, voor de organisatie waarin je werkt? En hoe wil je de thema’s vertalen naar onderzoek in jouw regio?

Marieke Fix, Landstede

In deze sessie werden de resultaten gepresenteerd van een driejarige studie naar buitenschoolse onderwijsprogramma’s voor mbo-jongeren die de school (hebben) verlaten. In samenwerking met andere partijen en in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda deed de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar aanvullend onderwijs in de mbo-context.  Dit deelonderzoek richtte zich op vormen van onderwijs die speciaal voor vsv jongeren zijn ontwikkeld en buiten de school plaatsvonden.  

De bevindingen zijn te vinden in drie verschillende rapportages: 1) een verkennende schets van dit onderwijs, 2) handvatten van en voor de praktijk en 3) een verdiepende casestudy op de onderwijsprogramma’s voor mbo-jongeren.  

Contactgegevens: dr. Marieke Fix (mfix@landstede.nl) en prof. dr. Greetje Timmerman (m.c.timmerman@rug.nl)

 

Simone Kooij, ROC van Amsterdam 

In 2018 startte er een nieuwe mbo-opleiding, de Beroepshavo. Een innovatief onderwijsconcept volledig gericht op doorstroom naar het hbo. Maar hoe staat het er nu 3 jaar later voor? Simone heeft aan de hand van het jaarlijkse monitoronderzoek toegelicht hoe de opleiding het onderzoekend innoveren de afgelopen tijd heeft aangepakt. Hierbij stond de CIMO-logica centraal, waarmee de verbinding tussen het onderwijsontwerp en het onderzoek gelegd is. Deelnemers aan de sessie hebben een eigen CIMO-logica opgesteld. Vervolgens is besproken welke kwalitatieve methoden – naast de kwantitatieve monitoring – de Beroepshavo de afgelopen jaren heeft ingezet om de werking van de interventies en mechanismen uit de CIMO in de praktijk van het onderwijs te onderzoeken, en wat daarbij goed en minder goed werkte. Tot slot hebben we met elkaar geoefend met de design-thinking-werkvorm Riskantste aanname, om de focus voor vervolgonderzoek te verhelderen. 

Contactgegevens Simone Kooij: s.kooij@rocva.nl

John Schobben en Pierre Gorissen, De Leijgraaf 

Gepersonaliseerd leren en ict zijn moeilijk in te voeren in het mbo. Gepersonaliseerd leren mét ict blijkt vaak al helemaal een uitdaging. 

OCW zag met de MBO Raad in het bestuursakkoord voor 2018-2022 de noodzaak en urgentie van het thema en heeft ingezet op de vorming van een Onderzoekswerkplaats in het mbo rond dit thema. 

Producten uit dit onderzoek worden inmiddels gebruikt binnen en buiten de vijf partner mbo’s en online vrij gedeeld. De innovatiestrategie, onderzoeksaanpak en werkwijze zijn gemeengoed binnen de instellingen. Het onderzoek draagt bij aan de body of knowledge rond gepersonaliseerd leren met ict binnen het mbo (en daarbuiten). 

De workshop ging in op de drie lagen in het onderzoek: 

  • Product 
  • Proces 
  • Organisatie 

Daarbij bespraken we welke rol welke partners daarin speelden: docent-onderzoekers, procesbegeleiders, onderzoekers, practoren, lectoren en hoogleraren. 

Met name verder ingezoomed op de innovatiecirkel en de innovatiestrategieën. 

Uitgebreide info, naast de powerpoint is te vinden in het boek innovatiesucces in het mbo onder publicaties m.n. H 2,3 en 9 

Contactgegevens: Joh Schobben (john.schobben@leijgraaf.nl – 06 22947312)

Martijn Broers, Annete Corpay – Soeting, Ineke Dekker, Petra Poelmans, Roel van Rooijen, Scalda

Tijdens deze sessie zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd van een vierkoppige casestudy over het ontwerpen, implementeren en verbeteren van hybride leeromgevingen. Na een beknopte schets van het verloop van het onderzoek zijn de conclusies van het onderzoek gepresenteerd als stellingen. Vanuit deze stellingen is de discussie op gang gebracht welke richtlijnen eventueel vervolgonderzoek zou moeten hebben en hoe men deze kennis in eigen vraagstukken mee zou kunnen nemen. In het schetsen van de mogelijkheden en onmogelijkheden van vervolgonderzoek en bijbehorende hypothesen is onderscheid gemaakt tussen Leren in hybride leeromgevingen en het ontwerpen van hybride leeromgevingen. De resultaten van deze brainstorm vind je via onderstaande button. 

Natascha Kuipers, ROC van Twente 

Ben je al bekend met de methode ‘participatief actieonderzoek’? Natascha Kuipers werkt bij ROC van Twente voor het practoraat internationalisering en past deze onderzoeksmethode toe bij een professionele leergemeenschap. Zij staat als onderzoeker dicht bij de praktijk, maakt onderdeel uit van de onderzoeksgroep én heeft invloed op de dynamiek van de groep. Is die combinatie van rollen een voordeel of een uitdaging? Het gesprek hierover hebben we tijdens de onderzoeksdag gevoerd met diverse collega’s uit het land. De belangrijkste conclusie is dat een combinatie van rollen als onderzoeker zeker mogelijk is en ook voordelen kan hebben. Wel is het belangrijk om je bewust te zijn van die rollen en daar regelmatig op te reflecteren, voor jezelf, maar ook voor de collega’s met wie je samenwerkt. Zo kunnen er mooie processen ontstaan en resultaten behaald worden, met elkaar! 

Contactgegevens: Natascha Kuipers (nkuipers@rocvantwente.nl) 

John Schobben, De Leijgraaf

In de workshop Praatplatenonderzoek zijn we ingegaan op het onderzoek zoals dat in het practoraat innovatiesucces in het mbo is opgezet om de activiteiten van innovatieleiders en docenten te analyseren die leidden tot innovatiesucces. Kort beschreef ik daarbij de gevolgde stappen: 

  • Eerste stap was om met 27 referenten de onderzoeksopzet op te bouwen. 
  • Het werd een narratieve aanpak aan de hand van praatplaten met bewezen succesfactoren. 
  • In gestructureerde interviews gebaseerd op het pedagogisch bezinningsgesprek werden die praatplaten voorgelegd.  
  • Daarna werden de interviews geanalyseerd volgens de Interpretative Phenomenological Analysis.    
  • De conclusies uit het onderzoek helpen docenten bij het kiezen van activiteiten om innovaties succesvoller te maken.  
  • Daarenboven zijn in combinatie met literatuuronderzoek, versnellingskamers en kennistafels met experts aanbevelingen opgesteld voor de school, de regio en de sector 

Tijdens de sessie ontstond een interessante dialoog over de manier van werken m.n. rond de fenomenologische methode. Na de workshop breidde mijn LinkedIngroep weer uit door contactvragen. Uitgebreide info, naast de powerpoint is te vinden in het boek innovatiesucces in het mbo: onder publicaties m.n. H 6 t/m 8 

Contactgegevens: Joh Schobben (john.schobben@leijgraaf.nl – 06 22947312)

Marleen Hofland-Mol, Albeda College 

Vraagt praktisch onderwijs automatisch om praktisch onderzoek? Dat is een van de vragen die Marleen Hofland-Mol samen met deelnemers onderzocht met als doel samen inspiratie en nieuwe inzichten te krijgen in de rol van onderzoek voor het mbo. Tijdens de workshop kwamen zowel de aanleiding, de onderzoeksmethode en het ontwerp van haar promotieonderzoek aan bod. De focus lag op de doorwerking, want wat is de waarde van wetenschappelijk onderzoek voor het mbo? En wat bepaalt de keuze voor het type onderzoek dat wordt gedaan in het mbo? Is ook het mbo niet gebaat bij meer fundamenteel onderzoek ingegeven door wetenschappelijke kennisopbouw of maatschappelijke ontwikkelingen?

Ingrid Pol-Bekkering, Alfa-college 

In deze inspirerende workshop deelde Ingrid Pol haar ervaringen met het zichtbaar maken van reflectie in het onderwijs. Na afloop van de workshop kenden deelnemers het belang van het zichtbaar maken van reflectie in de eigen onderwijspraktijk. Aan de hand van voorbeelden uit haar eigen onderwijspraktijk ging ze in gesprek met deelnemers. Ze besprak het gedrag dat zichtbaar is bij reflecterende (lerende) docenten. Op een interactieve manier hield Ingrid deelnemers een spiegel voor. Wat doe jij met welk effect?

Eveline Tans-Thijs en Mirelle Schoonbroodt, Vista College 

Voor succesvolle onderwijsontwikkeling is ook teamontwikkeling steeds belangrijker: samen leren en onderzoeken, samen groeien. Maar hoe doe je dat? Het gesprek over teamontwikkeling op gang brengen is niet altijd makkelijk. Eveline Tans-Thijs onderzocht samen met Mireille Schoonbroodt welke verschillende instrumenten er op dit gebied al voorhanden waren en ontwikkelde een nieuwe methodiek, gericht op teamreflectie. In deze workshop hoorden deelnemers alles over het ontstaan van de methodiek en de condities die nodig zijn voor een goede toepassing. Dit onderzoek is een coproductie tussen de hbo instelling Zuyd en mbo instelling Vista.

Alice Middelkoop, Hoornbeek College 

Hoe blijf je op de hoogte van relevante kennis binnen je onderwijspraktijk? Het kenniscentrum van het Hoornbeeck College deed een pilot met een kennisspel; een vorm van serious gaming. Docenten gaven dagelijks antwoord op een multiplechoicevraag die niet alleen over het onderwijs ging, maar ook nog eens gebaseerd was op onderzoek of expertise van een van de collega’s. Hierdoor werd kennis beter onthouden. Tijdens de sessie nam Alice deelnemers mee in de aanleiding en totstandkoming van de pilot en de evaluatie in de praktijk. Samen met het publiek werd ervaring over kennisdeling in het onderwijs vergeleken met dit spel. Uiteraard met een speelse twist.

Ineke Moonen, ROC Nijmegen 

Hoe kunnen onderwijsteams meer aandacht vestigen op de manier waarop ze beroepsgerichte didactiek vormgeven? Ineke Moonen startte haar onderzoek naar de vraag; In hoeverre is het team voldoende toegerust om hun studenten op te leiden tot wendbare vakmensen (voorbereiden voor een beroep en leven lang ontwikkelen)? De dialooggesprekken met de teams gaven directe inzichten en handvatten om focus en richting te bepalen. Ineke deelde in haar workshop de aanpak die ze ontwikkelde. Bestaande uit de barometer zelf en de opzet en werkwijze van de teamgesprekken.

Maxime Vollers, ROC Mondriaan 

Tijdens mijn sessie op de Mbo Onderzoeksdag 2021 heb ik de deelnemers meegenomen in de aanleiding en de opzet van het onderzoek. Vervolgens ging ik het gesprek aan over de doorwerking ervan aan de hand van uitdagende stellingen. Tot slot heb ik input gevraagd voor mogelijke verduurzaming in andere mbo-gerelateerde contexten. Een waardevolle manier om instelling en regio overstijgend met elkaar van gedachten te wisselen over gezamenlijke uitdagingen en duurzame oplossingen! 

 Uit de sessie is onder meer naar voren gekomen dat: 

  • de drievoudige opdracht van het mbo uit meer bestaat dan kwalificatie voor een beroep; 
  • er binnen de zakelijke diensteverlening kans op werk is, maar dat de inhoud van het werk aan het veranderen is; 
  • er ook studenten moeten kunnen worden aangenomen door mbo-instellingen voor opleidingen met minder kans op direct werk op korte termijn; 
  • vaker en intensiever het pedagogisch-didactische gesprek kan worden gevoerd op scholen; 
  • STAVERO in principe niet voor een erkenning van SBB moet gaan als leerbedrijf; 
  • een ‘Corona-diploma’ een lachwekkend en diskwalificerend begrip is; 
  • er veel meer bewuste aandacht geschonken kan worden aan self-efficacy; 
  • praktijkbegeleiders en docenten verschillende rollen hebben die goed op elkaar afgestemd moeten zijn. 

Ada ter Maten en Bea Muit, Albeda College en Zadkine 

Niet alle studenten profiteren van de nieuwe entreeopleiding vanwege sociale problematiek, gedragsproblemen of specifieke leerbehoeften. Om deze jongeren kansen te bieden een diploma te behalen krijgen zij bij de roc’s Albeda en Zadkine aanvullende ondersteuning in een zogenaamd onderwijszorgarrangement (OZA). In de presentatie werd verslag gedaan van het onderzoek naar de OZA’s d.m.v. interviews met studenten, docenten en zorgprofessionals.
Resultaten
Uit het onderzoek naar de OZA’s bleek dat studenten, naast hun problemen de kracht tonen om te kunnen starten met de opleiding en vol te houden. Dit putten zij vooral uit de nieuwe kansen, waardoor het OZA een kantelpunt wordt in hun leven en zij hoopvol zijn over het behalen van een diploma. Door OZA klassen te vormen met in de klas een docent en een zorgprofessional leren deze duo’s van elkaar een integraal onderwijsaanbod te bieden dichtbij studenten. Zij bieden begeleiding waarbij centraal staat: 1) persoonlijke aandacht, ‘wij zijn er voor je, wij helpen je vooruit op deze weg’; 2) de klas is een veilige plek, en 3) het onderwijs sluit aan bij de mogelijkheden van studenten om te leren.  
Conclusie 
De motivatie voor de opleiding is vooral ingegeven dat de studenten zich willen inzetten voor een betere toekomst (externe motivatie). Het plezier in het leren en zich verder ontwikkelen (interne motivatie) zou een mooie volgende stap zijn. Om dit te realiseren is het van belang dat studenten, naast hun gevoel van verbondenheid, ook het gevoel hebben dat zij hun competenties, dat zij ergens goed in zijn, zelf hebben bewerkstelligd en dat zij het vertrouwen hebben zich verder te kunnen ontwikkelen. 
Contactgegevens: Ada ter Maten (a.termaten@albeda.nl) en Bea Muit (b.muit@albeda.nl).

Karin Holderbusch, ROC Mondriaan 

Karin Holderbusch deed in 2017-2018 onderzoek naar de kenmerken van een geïntegreerde aanpak van studieloopbaanbegeleiding (slb) om studenten in hun ontwikkeling tot beroepsbeoefenaar te ondersteunen. De studieloopbaanbegeleiding is hierbij niet alleen gericht op voortgang, verzuim en resultaten, maar is ook beroepsgericht; de ontwikkeling van de arbeidsidentiteit en professionele identiteit van de student. Haar doel was om de kenmerken van een krachtige leeromgeving te duiden waarmee het PDA verder opgetuigd kon worden. Haar praktijkonderzoek heeft gezorgd voor aanscherping van de aspecten van de krachtige leeromgeving. Karin nam de deelnemers tijdens haar sessie mee in haar expertise. Ook vertelde ze meer over het onderzoek en hoe je dit implementeert in de praktijk.

Aad Oosterhof, Drenthe College 

Aad Oosterhof nam deelnemers mee in zijn kennis en ervaringen over hoe je Design Thinking kan integreren in het curriculum van zorgopleidingen. Hij gaf een inkijkje in de reis die ze maakten door klein te beginnen met alleen vierdejaarsstudenten mbo-v en inmiddels zijn opgeschaald naar de totale opleiding én twee ziekenhuizen. In zijn workshop kwamen de elementen van hun onderzoek en integratie aan bod.

Bart-Jan Staman, ROC van Twente 

Tijdens de workshop ging Bart-Jan Staman samen met de aanwezigen in gesprek over zijn onderzoek naar tweetalig onderwijs en de misvatting die er kan ontstaan over dit begrip. Tijdens deze workshop zijn we het begrip gaan benaderen vanuit de visie van het practoraat internationalisering. 

Samen met de aanwezigen liepen we de problemen door die Bart binnen zijn onderzoek tegenkwam. Het was een inspirerende sessie waarbij Bart-Jan veel kennis van de aanwezige experts mee kon nemen voor het vervolg van zijn onderzoek. De aanwezigen hebben meegedacht over alternatieven voor het begrip tweetalig onderwijs en ook of het een middel of een doel zou moeten zijn. Het gesprek hierover leverde interessante inzichten op voor Bart en de deelnemers en met deze inzichten kan hij zijn onderzoek verder versterken. 

Annemarie Hakkers, Yuverta 

Annemarie Hakkers nam de deelnemers mee in de ervaringen en uitkomsten van haar onderzoek naar online klassenmanagement met als onderzoeksvraag: “Hoe identificeren en interpreteren beginnende en ervaren leraren in het mbo belangrijke klassenmanagementsituaties tijdens hun eigen online lessen?” Ze vertelde over haar onderzoeksreis en deelde daarbij haar werkwijze, de resultaten en conclusies aan de hand van citaten van mbo-leraren die aan haar onderzoek hebben deelgenomen.

Ruimte voor interactie 
Naast aandacht voor het onderzoek, was er ruimte voor interactie met de deelnemers. Zo konden ze reageren op een stelling over online onderwijs en een vraag over de onderzoeksmethode. Ook gingen deelnemers in break-out rooms in gesprek over online klassenmanagement. Break-out rooms bleken ook hier een effectieve manier te zijn om interactie tijdens een online bijeenkomst te bevorderen. Hoewel in het onderzoek nauwelijks verschillen zijn gevonden tussen beginnende leraren en ervaren leraren, heeft het wel inzichten opgeleverd over online klassenmanagement en de uitdagingen daarbij. De deelnemers aan de workshop waren voornamelijk docenten, die gezamenlijk tot kenmerken en uitdagingen van online klassenmanagement kwamen, die veel overlap vertoonden met de bevindingen uit het onderzoek. Aan het einde van de workshop is tot slot ingegaan op implicaties voor de praktijk en tips voor online lessen.

Contactgegevens: Annemarie Hakkers (a.hakkers@yuverta.nl).

Lara Meijer, Clusius College, Christien Overdiep en Robert-Jan Gruijthuijzen, onderzoekers LerarenOntwikkelFonds (LOF)

Het LOF (LerarenOntwikkelFonds) stelde leraren in staat een onderwijsinnovatie te ontwikkelen en te delen met een netwerk van collega’s. Er zijn verschillende onderzoeken naar LOF-trajecten gedaan, maar niet eerder werd onderzocht wat een innovatietraject doet met de professionalisering. In 2020 en 2021 heeft een groep docentonderzoekers 32 innovatieve leraren uit vo, po en mbo over hun professionele ontwikkeling geïnterviewd. Op de mbo-onderzoeksdag deelden drie docentonderzoekers de opgedane opbrengsten en inzichten uit dit onderzoek. Maar ook: wat betekende dit onderzoek voor de geïnterviewden en de onderzoekers zelf?
De docentonderzoekers zijn zelf ook werkzaam in het po, vo en mbo. 

Contactgegevens: 

Lara Meijer: l.meijer@clusius.nl (mbo)  
Robert-Jan Gruijthuijzen: gruijthuijzen@hotmail.com (vo)  
Christien Overdiep: christien.overdiep@spoutrecht.nl (po) 

Scilla van Cuijlenborg, MBO Raad 

Wat is er de afgelopen drie jaar ingezet vanuit landelijk beleid om kennisinfrastructuur en onderzoek te versterken in, voor en met het mbo? In deze sessie kregen deelnemers inzicht in de inzet, inhoud en achtergrond van de rapporten ‘Lerend Onderwijs voor een Lerend Nederland’ en ‘Slimme Verbindingen’. Welke impact hebben deze rapporten op landelijk beleid? Waar staan we nu en wat is nodig om de volgende stap te maken. De rapporten lees je hier.

Marissa Reubsaet en Jikke Nales, Vista College 

Marissa en Jikke zitten op dit moment midden in hun onderzoeksproces en deelden tijdens de Mbo Onderzoeksdag hoe deze reis tot nu toe verloopt:

Zelfregulatie was in eerste instantie een thema waar we afzonderlijk als opleiding Haarverzorging en Schoonheidsverzorging de schouders onder wilden zetten. Met onze practor besloten we dit als onderwijskundig leiders samen te gaan doen en hebben daar ook beide teams sterk bij betrokken. Dat maakt het voor ons echt een 1+1=3 

De uitwisseling en samenwerking tussen de teams is zeer waardevol gebleken ook gezien verdere opleidings overstijgende mogelijkheden in de toekomst.  

Belangrijk bij het doen van onderzoek is volgens ons: 

  • Laat het onderwerp/thema of hulpvraag uit het team komen, zo creëer je nog meer draagvlak. 
  • Betrek het team bij de voorbereiding van je onderzoek,  
  • Zorg voor professionalisering in je team die parallel loopt aan je onderzoek 
  • Koppel regelmatig stand van zaken terug naar het team 
  • Betrek tevens studenten bij je onderzoek  

Contactgegevens: Jikke Nales – j.nales@vistacollege.nl en Marissa Reubsaet – m.reubsaet@vistacollege.nl

Alexander Grit en Natalie Gumbs, Hanzehogeschool

Voor de Mbo Onderzoeksdag gaf het lectoraat Ondernemen in Verandering een innoverende, creatieve en interactieve Worldcafé workshop. De workshop “Zijn mbo-studenten toegerust voor een veranderende wereld” stond in het teken van verbinding van mbo-studenten aan SamenWIJS projecten en de kritische vrienden methode. Hierbij stond het lopende onderzoek “Hoe laat je de MBO student multi-level en multidisciplinair leren in kortlopende participatieve onderwijsmodellen in gefragmenteerde tijd, ten einde uitval te voorkomen?” centraal. Een opmerkelijke uitkomst van het onderzoek was dat mbo-studenten, ten opzichte van hbo en wo studenten, vaker uitvallen bij de projecten en zowel het lectoraat als SamenWijs streeft ernaar om dit te verminderen.

Nieuwe inzichten over de motivatie van mbo-studenten 
Het doel van de workshop was om nieuwe inzichten te krijgen over de motivatie van mbo-studenten en handvatten aangeboden te krijgen om de mbo-student te kunnen motiveren, verbinden en uitval te voorkomen bij de projecten van het Lectoraat en SamenWijs. Om dit doel te kunnen behalen zijn we tijdens de workshop in gesprek gegaan met de deelnemers over geformuleerde vraagstuk. Hierdoor kregen we mooie nieuwe inzichten en tools die we in kunnen zetten. Zoals de projectgroepjes te laten werken op de mbo-school om op deze manier de drempel te verlagen voor mbo-studenten. Daarnaast ook de studenten meer betrekken bij het proces en de vorming van het vraagstuk, minder de aandacht vestigen op de verschillende niveaus van studenten en tot slot tijdens het proces aandacht besteden aan inzicht krijgen in de krachten van individuele studenten. Met deze inzichten gaat het lectoraat aan de slag.  

Pitches

Leontien Kragten & Norbert Ruepert, MBOe

Leontien en Norbert namen deelnemers mee in het onderzoek naar de Staat van Excellentie in het mbo. Het onderzoek leverde een aantal resultaten op die in deze pitch werden besproken. Ze keken o.a. naar de methode en meer specifiek naar hoe het netwerk van excellentie is bereikt. Ook gingen Leontien en Norbert in op de doorwerking van de resultaten. Herkenden de deelnemers de resultaten? En in hoeverre is er nog disseminatie nodig om tot een volgende stap te komen? Deelnemers gingen in gesprek over het onderzoek en excellentie binnen hun eigen organisatie.

Tineke Laarhoven en Juriaan Achthoven, Koning Willem I College 

Voor de coronacrisis werd aangegeven dat 25% van de studenten niet lekker in zijn vel zit. De vragen die volgden waren: wat kunnen we doen om te zorgen voor het welzijn van studenten? Hoe kunnen we persoonsontwikkeling opnemen in het onderwijs van het Koning Willem I College en persoonlijke nabijheid bevorderen door de inzet van wandelingen? Tijdens de pitch vertelden Juriaan en Tineke over de pilots die ze uitvoerden met studenten van het Koning Willem I College en wat de vervolgstappen zijn om de Dialogische Wandelingen structureel op te nemen in het onderwijs. Ze vroegen deelnemers feedback op de plannen te geven en op de noodzaak van dit soort onderwijs.

Ruth in ’t Veld, ROC van Twente 

Burgerschapsonderwijs gaat over onze samenleving. Toch vindt het vaak plaats in het klaslokaal. Zou VR een middel kunnen zijn om die samenleving in de klas beleefbaar te maken en zo een bijdrage leveren aan de kritische denkvaardigheden? 

In het onderzoek wordt zowel gezocht naar de ervaringen van studenten met de VR als naar een meetbaar effect op verschillende aspecten van de kritische denkvaardigheden door de VR.  

De uitvoering van het onderzoek heeft plaatsgevonden in de dagelijkse werkelijkheid van het onderwijs bij 11 klassen. Deze klassen volgenden allemaal 3 lessen waarin elke les een experience werd getoond via een HMD. De les bestond uit een beginopdracht, discussie aan de hand van een stelling, de experience, een uitwisseling daarna en een eindopdracht. Door observaties en de begin- en eindopdrachten met elkaar te vergelijken werd onderzocht naar de effecten van de VR. Aan het eind van de lessenserie werden de studenten gevraagd aan de hand van q-methode om hun ervaringen te deln. Een paar studenten (10 in totaal) zijn kort geïnterviewd. 

Op dit moment worden de resultaten verwerkt en geanalyseerd. De verwachting is dat voor 1 februari het onderzoek afgerond kan worden. 

Onderwijskundig onderzoek doen 

Ondanks dat de onderzoeksresultaten nog niet volledig zijn verwerkt en geanalyseerd zijn er al wel een aantal persoonlijke ervaringen en leermomenten die voor mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling waardevol zijn. De belangrijkste is misschien wel het feit dat onderzoek doen in de dagelijkse praktijk zeer waardevol is, omdat deze werkelijkheid zo complex is (en mooi). Het is zinvol in deze complexe situatie te observeren en te meten. Het is mooi om studenten te betrekken en met hen te spreken. 

Interesse? 

Heb je interesse in de onderzoeksresultaten, uitwisseling van ervaringen met HMD in onderwijs of de experiences zelf in te zetten in je onderwijs dan ben je van harte uitgenodigd contact op te nemen. 

Contactgegevens:  Ruth in ’t Veld,  e-mail: rintveld@rocvantwente.nl  Tel.06-34142616 

Nelie van Olst, ROC van Twente

In de praktijk zagen Nelie van Olst en haar collega’s dat motivatie en eigenaarschap onduidelijk is bij studenten. De studenten zien geen verband tussen theorie en praktijk. Aan de hand van het design thinking model is een model voor een onderwijsleeromgeving ontworpen. Hierin wordt zelfregulerend leren gestimuleerd door de methodiek formatief handelen. Tijdens deze pitch deelt Nelie in het kader van de masteropleiding Leren en Innoveren de opbrengsten van het onderzoek en de gebruikte werkwijze.

Christian de Kraker, Hanze Hogeschool i.s.m. Alfa-college 

In de kwaliteitsagenda van onze mbo-instelling werden een aantal praktijkproblemen benoemd waar nader onderzoek naar gedaan moest worden.

  1. De afgelopen jaren overschrijden de VSV-cijfers steeds vaker de landelijke norm. Daarom was de onderzoeksvraag: Hoe kunnen we VSV verlagen?
  2. Hoewel veel studenten op lager niveaus doorstromen naar een hoger niveau, blijft deze interne doorstroom op hoger niveaus achter. Daarom vroegen we ons af: Hoe kan interne doorstroom meer worden gestimuleerd?
  3. Anderstalige studenten stromen vaker uit dan Nederlandstalige studenten. Daarom hebben we onderzocht hoe de ongediplomeerde uitstroom van anderstalige studenten beperkt kan worden.

Bij alle drie de deelonderzoeken is een combinatie van kwalitatief- en kwantitatief onderzoek gebruikt. De drie onderzoeken hebben geleid tot een lijst aanbevelingen per deelonderwerp. De aanbevelingen richten zich op beleid, maar grijpen ook direct in op de onderwijspraktijk. In deze pitch deelt Christian de resultaten en gaat in op de uitdagingen van het uitvoeren van praktijkonderzoek binnen een mbo-instelling en het implementeren van de aanbevelingen in de praktijk.

Gerie Haartman en Marc Visscher, ROC Midden Nederland 

Wat zijn belangrijke onderzoeksvaardigheden voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs niveau 4 van de beroepsbegeleidende leerweg? Benieuwd naar de onderzoeksresultaten van het onderzoek? Ga dan de dialoog aan met Gerie Haartman en Marc Visscher en reflecteer de uitkomsten op jouw eigen onderwijssituatie. Gerie en Marc nemen je mee in de resultaten van het onderzoek door verschillende uitkomsten te laten zien. Via infographics, pakkende quotes en uitspraken van studenten laten zij zien wat het onderzoek kan betekenen voor jou. Een pitch die je niet wilt missen!

Patty Veen, Alfa-College 

Aan de hand van de stelling “Beroepsvitaliteit moet onderdeel worden van alle kwalificatiedossiers!” prikkelt Patty Veen je om in je eigen organisatie onderzoek te doen naar de antwoorden op bovenstaande stelling. Het werkgebonden ziekteverzuim is torenhoog. Hebben we in ons onderwijs wel voldoende aandacht voor wat er nodig is om je toekomstige beroep duurzaam en vitaal uit te voeren? Het antwoord is nee. Het Financieel dagblad concludeerde in 2020 dat de oplossing voor stijgende zorgkosten niet te vinden is in de zorg, maar in het onderwijs. Patty neemt je tijdens de pitch mee in de sociale innovatie op het gebied van beroepsvitaliteit en hoe deze door te vertalen naar onderwijsaanbod.

Posterpresentaties

Esther Geurts, Maastricht University i.s.m. Vista College

Begin 2021 zijn we samen met docenten en studenten van vier niveau-2 opleidingen gestart met het co-creëren van burgerschapsonderwijs. Dit proces wordt gevolgd d.m.v. participatief en actiegericht onderzoek.  

De school en diens context worden beschouwd als complex adaptief systeem: het bestaat uit veel interacterende componenten / actoren en verandert constant. De enige manier om erachter te komen of iets werkt is door uitproberen en observeren. Een interventie, zoals (door)ontwikkeling van een burgerschapsprogramma, wordt gezien als positieve ontregeling van het systeem. 

Inzicht krijgen in de context waarin een verandering plaatsvindt draagt bij aan: het beter begrijpen en duiden van co-creatie processen; gerichtere doorontwikkeling van burgerschapsprogramma’s; en interpretatie van uiteindelijke opbrengsten.  

De opleidingen verschillen in context, studentenpopulatie en docenten, wat hun wensen, behoeften en mogelijkheden beïnvloedt omtrent burgerschapsonderwijs. Belangrijke factoren zijn: recente fusie, leider- en eigenaarschap, beslissingsbevoegdheid, onderlinge relaties, in hoeverre de groep het eens is over het probleem en de oplossing, de groepsgrootte en individuele competenties.  

Duurzame en effectieve verandering hangt af van hoe goed we de diversiteit en complexiteit van het schoolsysteem begrijpen. De belanghebbenden, degenen met wie je wil co-creëren, moeten vanaf het begin betrokken zijn. Ook moet er ruimte zijn voor wederzijdse aanpassingen en benodigde competentie ontwikkeling. 

Contactgegevens: Esther Geurts (e.geurts@maastrichtuniversity.nl).

Femke Zwaal en Marleen Janssen Groesbeek, Koning Willem I College

Er is behoefte aan praktisch ingestelde en toekomstgerichte studenten die de transitie naar een nieuwe, duurzame economie gaan vormgeven. Daarom werken Femke Zwaal (Koning Willem 1 College) en Marleen Janssen Groesbeek (Avans)  samen aan de opzet van een learning community met bedrijven, financieel professionals, docenten en studenten (mbo en hbo) waarin concrete duurzaamheidsvraagstukken worden onderzocht. In de workshop vertelden zij over de ambities en opzet van deze learning community en geven ze voorbeelden van onderzoeksprojecten. 

Waarom? 

  • Duurzaamheid wordt steeds belangrijker thema in economie en samenleving 
  • Vraag naar data en rekenmodellen voor duurzaam en inclusief ondernemen en besturen stijgt 
  • Doorstroom mbo’ers naar hbo neemt toe, met name in zakelijke dienstverlening, om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten 

Wat? 

    • Learning community Sustainable finance waarin mbo, hbo en bedrijven en gemeenten samen praktijkonderzoek doen gericht zijn op een circulaire en inclusieve economie.  
    • Beoogd resultaat

Studenten: 21e -eeuwse vaardigheden (kritisch denken, problemen oplossen, samenwerken) versterken à succesvolle doorstroming naar hbo en betere kansen op de arbeidsmarkt 

Opleidingen: kennis (onderwijs, onderzoek, praktijk) bundelen en ontwikkelenà kwaliteit onderwijs verbeteren 

Organisaties: door goede modellen en analyses duurzaamheid vergroten en nieuwe medewerkers werven 

Hoe? 

  • Onderzoek naar actuele duurzaamheidsvraagstukken (bijvoorbeeld circulair bouwen en sociale impact waarderen) 
  • Kennisateliers waar studenten, docenten, coaches en opdrachtgevers samenkomen, workshops organiseren, resultaten presenteren, van elkaar leren 
  • Presentatie en publicatie van eindresultaten 

Openstaande vragen: 

  • Hoe mbo’ers goed voorbereiden op samenwerking met hbo’ers (en andersom)? 
  • Wat kunnen we leren van eerdere samenwerkingsprojecten tussen mbo-hbo? 
  • Hoe kan een practoraat bijdragen aan versterking van mbo-onderzoek en samenwerking met hbo? 

Bij interesse kan je contact opnemen met

Giel Kessels, Summa College 

Intrinsiek gemotiveerde studenten zijn nieuwsgieriger en houden zich meer bezig met diepgaand leren, wat geldt voor studenten van alle leeftijdsgroepen (Martens et al., 2004). Daarom is het onderwijs in Nederland voortdurend op zoek naar manieren om de studentmotivatie te verhogen (Kamstra, 2015; Martens, Gulikers, & Bastiaens, 2004). 

Een oplossing wordt gezocht in het vergroten van keuzevrijheid en individuele leerlijnen (Inspectie van het Onderwijs, 2019). Hoewel er veel onderzoek gedaan is op het gebied van motivatie om te leren en motivatie in relatie tot toetsresultaten, is keuzevrijheid bij toetsing niet uitgebreid onderzocht. 

In dit promotieproject wordt een ontwerpgerichte onderzoeksbenadering gebruikt om toetsen te ontwerpen waarbij de studenten keuzevrijheid ervaren. De onderzoeksvraag die in dit onderzoek centraal staat is: ‘Leidt keuzevrijheid bij ontwikkelingsgerichte toetsen in het MBO tot meer studentmotivatie voor deze toetsen?’ 

Tijdens de posterpresentatie zijn de toetskarateristieken besproken waarop mbo-studenten keuze willen maken. Graag onderzoek ik met jou hoe het mbo gebruik kan maken van deze eerste inzichten om de studentenmotivatie voor toetsen te verhogen. 

Contactgegevens Giel Kessels: giel.kessels@ou.nl, 0631675373

Ruud Teutelink, Yuverta

Ruud Teutelink nam deelnemers mee in zijn voorgenomen onderzoek naar de keuzes die mbo-studenten maken tijdens het leren in een zelfsturende leeromgeving. Hij wil onderzoek doen naar het ‘keuzegedrag’ van studenten en het effect van de leeromgeving op deze keuzes en het effect op de mate van zelfsturing bij de student. In de posterpresentatie ging Ruud constructief en kritisch met deelnemers in gesprek en wandelde hij door alle stappen van zijn onderzoek.

Maud van Erp, Rijn IJssel 

Mag een jongere van 16 jaar zichzelf ziek melden? En is hij dan ook verplicht te vertellen wat hij heeft? Mag een student alleen een aangepast examen krijgen als er een dyslexieverklaring in het studentendossier zit? Mogen ouders van een 16 of 17 jarige student het rapport inzien? 

Er is allerlei wetgeving op het gebied van ziekte bij studenten van mbo-instellingen. Maar klopt de praktijk met deze wetgeving?  

  • Is de wet zo ingericht zoals jullie vinden hoe het in de praktijk ingericht moet zijn?  
  • Ken jij iemand of ben jij degene die meer interesse heeft in het onderwerp privacy en (mbo)onderwijs en daarover eens verder wil sparren?  
  • Ken je mensen die de wet aan kunnen passen zodat de wet de praktijk helpt? 

Contactgegevens: Neem voor meer informatie contact op met Maud van Erp (m.v.erp@rijnijssel.nl)

Michiel Waltman, ROC van Twente

Als schoolleider en docent ben je niet alleen verantwoordelijk voor het geven van goed onderwijs, maar ook voor het ontwerpen daarvan. Maar wat is eigenlijk de beste manier om dat te doen? En welke aanbevelingen zijn daar al voor bekend? In deze presentatie ging Michiel Waltman in op de resultaten van het onderzoek van hem en Susan McKenney naar hoe docent-ontwikkelteams als professionele leergemeenschappen werken en wat dat vraagt van schoolleiders en van docenten. Michiel stelde prikkelende vragen, wakkerde de discussie aan en zorgde voor veel ruimte voor uitwisseling van ervaringen en best practices.

Martina Birk-Schlotthauer, Deltion College 

Bij het onderzoek van Martina Birk-Schlotthauer naar de succesfactoren die het mogelijk maken dat een student met een niveau 2 diploma rechtstreeks gaat doorstromen naar een niveau 4 opleiding is aangetoond, dat het wel mogelijk is om dan een niveau 4 diploma te bemachtigen.  

De succesfactoren zijn: 

  • Goede intake zodat de verwachtingen van de student uitkomen 
  • Goede begeleiding door de docent/LOB-er, regelmatig gesprekken voeren (sommige studenten overschatten hun eigen vaardigheden en krijgen dan problemen bij de niveau 4 opleiding) 
  • Motivatie en het beheersten van de studievaardigheden, helpen kan SSC of STIP 
  • Werkervaring met de opleiding, bij baantje of goede stage 

Advies voor docenten: 

  • Monitor de leerprestaties van de student 
  • Blijf in gesprek 

Mariska Koopmans, Roc Nijmegen

Zoek je een tool die je handvatten geeft om met je leerlingen te reflecteren op wat ze doen en waarom? Dan zit je hier goed. Je wilt dat studenten kennis hebben over het beroep dat ze gaan uitoefenen. Ze moeten kunnen vertellen wat het verhaal is achter hun beroep, waarom juist dit beroep, welke handelingen ze daarbij verrichten en waarom: een persoonlijk beroepsmatig narratief. Je krijgt in deze posterpresentatie met interactieve elementen handvatten om te werken met ‘de redeneerkaart’. Een tool die handvatten geeft om het beroepsmatig redeneren bij studenten te stimuleren. Daarnaast neemt Mariska je mee in de resultaten van haar onderzoek en hoor je in welk context dit reflectief werkgedrag écht goed tot ontwikkeling komt….

Mini-reeksen

Ada ter Maten, Mark Peeters, Christel Kranenburg, Jenet van Uffelen, Carla Alblas en Thea Mersch

Bij roc Albeda in Rotterdam wordt door docenten onderzoek gedaan; bij het practoraat Leerwerkplaatsen, voor een masterthese of promotietrajectIn het kader van de mbo-onderzoeksdag is een minireeks gestart om antwoord te krijgen op de vraag: welke onderzoeksthema’s zijn te onderscheiden in de verschillende studies? De eerste inventarisatie (n = 25) liet zien dat er veel onderwerpen met elkaar in verbinding staanBij de tweede bijeenkomst werden de onderzoeksvragen en de onderzoeksmethoden onder de loep genomen. Op de mbo-onderzoeksdag werden met korte pitches de themagepresenteerd, met bij elk thema een voorbeeld en de belangrijkste uitdaging. We bespraken met de deelnemers de vraag: Herken je de uitdagingen en heb je tips hoe we hiermee om kunnen gaan? 

Het praktijkgericht onderzoek bij Albeda: 

  1. Verbindt de beroepspraktijk en het onderwijs. De uitdaging is het werkveld bij dit onderzoek te betrekken. 
  2. Vernieuwt het onderwijs. De uitdaging is: collega’s bij dit onderzoek te betrekken.
  3. Versterkt studenten in een kwetsbare positie. De uitdaging is: studenten bij dit onderzoek te betrekken.  

Als overkoepelend thema stelden we vast dat het praktijkgericht onderzoek bij Albeda kennis creëert. De uitdaging hierbij is: de kennis te delen en ervoor te zorgen dat het wordt gebruikt.  

Vervolg mini-reeks
Bij de volgende bijeenkomst na de mbo-onderzoeksdag willen de onderzoekers de vraag verkennen: Wat is er nodig om onderzoek tot vliegwiel te laten zijn voor onderwijsontwikkeling? 

Mini-reeks leider: Andrea Klaeijsen, practor Gepersonaliseerd Leren bij het VISTA college
Sparringpartner: Riemie Zuiderveld, opleidingsadviseur bij ROC Friese Poort

Hoe zorgen we voor een toegankelijk, toekomstbestendig en kwalitatief hoogwaardig (middelbaar) beroepsonderwijs in 2030? Dit is de kernvraag binnen ‘MBOin2030’, een landelijk initiatief waarin allerlei stakeholders samenwerken aan een visie op de toekomst van het mbo. Thema’s als gepersonaliseerd leren, dialogisch valideren, regionale ecosystemen en taken en rollen van docenten worden hierin verder uitgewerkt.

In deze mini-reeks onderzoeken we hoe we binnen de aanpak van ‘MBOin2030’ én daarbuiten de betrokkenheid van studenten (in de brede zin van het woord) bij visies op de toekomst kunnen versterken. We vormen een leergroep die samen verkent hoe onderzoek een rol kan spelen om studenten (meer) te betrekken bij het denken over de toekomst. Hoe doen we dat nu? Welke andere ervaringen zijn er? Welke uitdagingen? Welke methoden of instrumenten zijn behulpzaam? Wat zijn belangrijke spelregels of ontwerpeisen? Als leergroep in deze mini-reeks delen we ideeën en ervaringen, verzamelen en verkennen we instrumenten of onderzoekende manieren van werken om de inbreng van studenten bij toekomstvisies te versterken. Daarbij werken we toe naar inzichten, instrumenten of onderzoekende manieren die je ook in eigen praktijk kunt inzetten.

Mini-reeksleiders: Kim van Zeeland, adviseur onderzoek en Susanne Smits, practor Effectieve Didactiek bij het Summa College

Deelnemers aan deze mini-reeks gingen aan de slag met de ‘verwondervraag’: waarom doe je wat je doet? Waar verbaas jij je over? En over welk obstakel struikel je als je bezig bent in de dagelijkse onderwijspraktijk? Deelnemers verkregen inzicht in hoe zij evidence informed werken en input voor antwoorden op een praktijkvraag. Zij kregen de mogelijkheid om het nut van onderzoek voor zichzelf en hun collega’s zichtbaar te maken en bewustzijn te creëren voor het gebruik van onderzoek als aanjager bij (kennisgedreven) onderwijsontwikkeling. De eerste twee bijeenkomsten stonden in het teken van de verwondervraag en mogelijke oplossingen. Dit resultaten hiervan stonden centraal op de Mbo Onderzoeksdag waar het publiek co-creators waren van de eindconclusie van de deelnemers aan de mini-reeks.

Mini-reeksleiders: Marco Mazereeuw, practor en lector LLO bij het Friesland college en NHL Stenden Hogeschool en Ellen van Eden, practor LLO bij Noorderpoort
Sparringpartners: ​Renee Oosterwijk, onderzoeker bij het practoraat LLO Noorderpoort en Astrid van Beusekom, docent-onderzoeker Lerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn bij NHL Stenden

De rol van mbo-professionals bij Leven Lang ontwikkelen (LLO) verandert met de toenemende samenwerking met het bedrijfsleven, instellingen en sociale partners. Onderwijs is niet meer alleen ‘end-of-pipe’ waar bedrijven en mensen die werk zoeken pas naar toe gaan als er een scholingsvraag is. ROC’s pakken steeds meer de rol om ook in de regio ontwikkeling te stimuleren. Zo begeleiden sommige het leren van zittende medewerkers en leidinggevenden in bedrijven en instellingen (zie www.wvlo.nl). Vanwege veranderende rollen hebben mbo-professionals andere kennis en vaardigheden nodig. Bijvoorbeeld over informeel en non-formeel leren op de werkplek. In deze mini-reeks verkenden deelnemers binnen een onderzoeksgroep welke kennis en vaardigheden dat nog meer zijn. Bestaande kennis over LLO was uitgangspunt in de sessies. De deelnemers zetten (onderzoeks)vragen die speelden verder uiteen en wisselden praktijkkennis hierover uit, waardoor ze samen tot nieuwe kennis kwamen. Iedere sessie werd afgesloten met een discussie: Wat heb je geleerd en wat is de waarde van die kennis voor de eigen werkomgeving?

Mini-reeksleider: Joke Christiaans, practor Ouderenzorg en wijkgericht werken, Nova College
Sparringpartner: ​Daisy Beelen, practor circulair ondernemen & smart maintenance, Nova College

Hoe kunnen we in het mbo maatwerk leveren voor mensen die moeten bij- of omscholen? En hoe doe je dat binnen een reguliere opleiding? Dit zijn vragen die centraal stonden in deze mini-reeks. In de sessies kwamen thema’s aan bod die voortkwamen uit het leveren van maatwerk. Denk dan aan: Welk aanbod heb je al in huis, Welke mensen willen bij jou komen scholen en hoe ga je dat organiseren? Docenten, onderzoekers, staf- en beleidsmedewerkers werkten samen toe naar een advies voor het mbo. Ze haalden samen bevindingen op en deelden hun ervaringen over maatwerk/LLO.

Mini-reeks leider: Desiree Bierlaagh, practor bij mboRijnland, afdeling CIV Welzijn en Zorg 
Sparringpartner: Charlotte van den Eijnde, Leyden Academy 

Praktisch wijze mbo’ers blijken voor de praktijk goud waard. Echter die praktische wijsheid maken zij nog niet altijd goed zichtbaar en wordt nog niet altijd benut. Om die reden doet het practoraat Welzijn & Zorg 2030 hier onderzoek naar. 

Praktische wijsheid leer je niet als een competentie of bekwaamheid. Het is een vormingsproces dat je manier van werken raakt, je persoonlijke opvattingen en wie je wilt zijn in het beroep. Hoe ontwikkelen mbo’ers die praktische wijsheid vanaf de initiële opleiding en hoe kunnen ze die blijven ontwikkelen in de beroepspraktijk? Wat hebben zij nodig om te komen tot afgewogen en bruikbare kennis afgestemd op de ander? En wat vraagt dat van docenten en van het werkveld? In de mini-reeks deden deelnemers samen actie-onderzoek naar het ontwikkelen van praktische wijsheid in Zorg en welzijn. Deelnemers zetten daarbij hun eigen praktische wijsheid in. 

Mini-reeksleider:  Cok Neven, docent onderzoeker bij mboRijnland
Sparringpartner: Wilbert van der Heul, Directeur en trainer by Skyward Learning Agency

Vanuit het consortium Tools voor Teamleren werken Cok Neven en Wilbert van der Heul mee aan het NRO-onderzoek ‘Masteropgeleide docenten als aanjagers van onderzoekend werken aan onderwijskwaliteit’. In deze mini-reeks voerden zij het gesprek over de rol van ‘Master Teacher Leader’ (MTL) en het belang daarvan voor de mbo-praktijk vanuit verschillende invalshoeken. Vanuit de ervaringen uit het NRO-onderzoek maakten deelnemers de transfer naar hun eigen context. Samen gingen ze het gesprek aan over het leiden, motiveren en ondersteunen van een ontwerpgroep en bespraken ze voor welke strategische en tactische uitdagingen zij in de organisatie stonden.

Mini-reeksleiders: Rick Elbers, adviseur Onderwijs en kwaliteit bij Albeda
Sparringpartner: Ada ter Maten, practor Leerwerkplaatsen bij Albeda

Doen de colleges, teams, docenten bij roc Albeda de juiste dingen voor het studiesucces van hun studenten? Hebben we de verschillende hindernissen van de studenten voldoende in beeld en doen we “geïnformeerd” de goede dingen om studenten hierin effectief te ondersteunen? Om deze vragen te beantwoorden loopt bij de mbo-instelling sinds december 2019 het participatief actie-onderzoek ‘Studiesucces verhogen’ als pilot. Ongeveer 35 medewerkers uit 7 opleidingsteams zijn hierbij betrokken. Ook is de school bezig met de vormgeving van een meerjarenprogramma ‘Studentsucces verhogen’ dat voortborduurt op de pilot. Welke resultaten uit de pilot werken en gebruiken de docenten ook de aanpakken die werken? In deze mini-reeks blikken docenten terug op de pilot en kijken zij kritisch naar de huidige stand van zaken rondom het actie-onderzoek. Op de Mbo Onderzoeksdag presenteerden ze hun onderzoek en gingen onderwijsprofessionals met deze docenten in gesprek over het verhogen van studiesucces in het mbo. De ‘lessons learned’ uit de mini-reeks neemt Albeda mee in het meerjarenprogramma Studentsucces.

De sessies waren waardevolle uitwisselingen over het systematisch en onderzoeksmatig met kwaliteitsverbetering bezig zijn. Meer succes voor al onze studenten vraagt van onze scholen topkwaliteit.  De meer nauwkeurigere en evidence informed evaluatie van het onderwijs langs een voor het mbo verrijkte versie van de 11 factoren van Marzano sprak aan. Het levert onderbouwing van verbeteracties op weg naar de benodigde topkwaliteit, en daarnaast ook criteria voor monitoring en vervolgonderzoek van actie en resultaat. 

 Contactgegevens: Rick Elbers (r.elbers@albeda.nl)

Mini-reeksleider:  Christian de Kraker, docent-onderzoeker en adviseur bij Alfa-college
Sparringpartner: Silvia Brouwer, practor Vitaliteit bij Alfa-college

Wat kan onderzoek betekenen voor het mbo? Onderzoek kan vakinhoudelijke en onderwijskundige verbetering versterken in de maatschappelijke context ten dienste van het onderwijsbeleid van de mbo-instelling.

In de praktijk blijkt dat onderzoek vaak nog niet gepositioneerd is binnen mbo-instellingen en er (nog) geen visie is op onderzoekend vermogen. Onderzoekers als Aarts et al. (2019) Teurlings en Beek (2017) constateren dat het mbo behoefte heeft aan duidelijke kwaliteitscriteria voor het verrichten van onderzoek. Hoe kun je als mbo-professional onderzoekend vermogen binnen roc’s meer stimuleren? In deze mini-reeks gingen deelnemers aan de slag met het vormen van een visie, zodat onderzoek meer impact oplevert voor de praktijk, onderwijscollega’s, experts en studenten. Hierbij stond een praktijkcasus van het Alfa-college centraal en riepen we de hulp in van het masternetwerk. Samen onderzochten de deelnemers hoe je dit proces kunt delen, om zo personen en organisaties te inspireren visieontwikkeling voor te onderzoek te stimuleren.

Mini-reeksleiders: Inge Zweers (practor) en Manon Toonen – Van Hernen (docent-onderzoeker) practoraat Versterken Leerproces Niveau 2 bij ROC van Twente  
Sparringpartners: Cymara Hulshof – Driehuis, team manager servicemedewerker breed niveau 2 ROC Noorderpoort, Sanae Boukarfada, coördinator onderwijsontwikkeling bij ROC Midden Nederland

Mbo-onderwijsinstellingen stimuleren op verschillende manieren studentinitiatief onder hun studenten. In deze mini-reeks wilden we met deelnemers verkennen hoe onderwijsinstellingen dit doen – specifiek bij niveau 2 studenten, maar ook bij mbo-studenten in het algemeen.

ROC Midden Nederland en ROC Noorderpoort laten zien hoe zij studentinitiatief stimuleren in brede niveau 2 opleidingen en practoraat Versterken Leerproces Niveau 2 laat voorbeelden zien van hoe studentinitiatief gestimuleerd wordt binnen ROC van Twente.

Met deelnemers onderzochten we ook hoe je van elkaars ervaringen en expertises leert, op welke vlakken je actief kunt samenwerken en hoe je de gezamenlijke opbrengsten van de mini-reeks deelt met het bredere onderwijsveld. Het eindresultaat van de mini-reeks is een visuele samenvatting met alle kennis.  

Mini-reeksleiders: Margriet van Dam, onderwijsadviseur bij Yuverta en Bertine Philipsen, practor Innovaties in de duurzame voedselketen (i.o.) bij Yuverta
Sparringpartners:  Bertine Philipsen, practor Innovaties in de duurzame voedselketen (i.o.) bij Yuverta en Jorick Scheerens, Stichting Ieder mbo een practoraat

Practoraten zijn een relatief nieuw fenomeen binnen het mbo. Hoe bed je practoraten het best in binnen bestaande organisaties en structuren? In vier sessies van deze mini-reeks gingen deelnemers deze zoektocht gezamenlijk aan. De focus ligt op de oprichting van een practoraat vanuit een top down- versus bottum up-benadering. Ze keken met name naar sociale aspecten zoals draagvlak en eigenaarschap: Wat kunnen we leren van de verschillende manieren die er zijn om een practoraat in te stellen? Wat werkt helpend en wat werkt belemmerend in het maken van impact en het bereiken van doelen? Wat is de positie van een practoraat binnen de organisatie? En wat is de rol van bestuur, practor, docententeam en anderen? Samen onderzochten deelnemers welke aanvliegroute het beste is om een practoraat van meeste betekenis te laten zijn voor het onderwijs.

Mini-reeksleider: AnjeRos, lector Goed leraarschap, goed leiderschap bij Fontys Hogescholen
Sparringpartner: Lidy van Oers, onderwijskundig adviseur bij het Koning Willem I College

De tool ‘Leeromgeving Onderzoekscultuur – Evidence-informed werken aan schoolontwikkeling’ van het ‘Platform Samen onderzoeken’ ondersteunt scholen om op een onderzoekende manier te werken aan onderwijsontwikkeling. De tool wordt al actief gebruikt in het po en vo, maar nog niet in het mbo. In deze mini-reeks experimenteren we met de toepasbaarheid van de tool voor het mbo. Koning Willem I College (KW1C) is in deze mini-reeks het uitgangspunt. Ambitie was om met andere ROC’s tijdens de MBO-Onderzoeksdag de ervaringen in het gebruik van de tool te delen. Dat deden we door binnen de dimensie, waar door de deelnemers van het KW1C voor gekozen hadden (‘samenwerkingscultuur versterken’),  ons te verdiepen in dilemmadie daarbij vaak voorkomenAnje Ros besprak zes verschillende dilemma’s en manieren waarop je volgens onderzoek kunt sturen op het versterken van de samenwerkingscultuur als deze dilemma’s optreden (zie ook de ppt). Over de dilemmaen het omgaan daarmee werd met de deelnemers het verdiepende gesprek gevoerd en ervaringen uitgewisseld. De dilemma’s waren daarbij herkenbaar en de wijze waarop je de samenwerkingscultuur kunt versterken werden als inspirerend ervaren. Op de vierde en laatste bijeenkomst van deze minireeks in januari zullen we ons buigen over het effect van practoraten op de lerende en onderzoekende cultuur binnen het mbo.  

Mini-reeks leider: Inne Vandyck, practor Digitale pedagogiek en didactiek (i.o.) bij het Vista College
Sparringpartner: Rob Hartmann, Onderwijskundig leider Orde, Veiligheid en Defensie bij het Vista college

Het onderwijs in het mbo wordt steeds meer blended ingericht. Tijdens de coronacrisis viel op dat studenten minder verbondenheid ervaren. Ze voelden zich eenzamer en zijn daardoor minder gemotiveerd. Ook na de coronacrisis zal het mbo sterk inzetten op blended learning. Hoe kan je de verbondenheid met studenten versterken in een blended leeromgeving, wanneer studenten niet fysiek op school aanwezig zijn? Met deze vraag gingen deelnemers aan de slag in deze mini-reeks. Doel was om een routekaart te ontwikkelen van methoden en tools die je kan gebruiken om de verbondenheid tussen docenten en studenten en studenten onderling te vergroten. Dit op basis van good practices van deelnemers die in de mini-reeks onderbouwd werden door onderzoeksliteratuur.

Mini-reeks leider: Tom Hogendoorn, practor Smart Technology Skills/ Docent ICT bij het Nova College, ICT Academie  

Sparringpartner: Thomas Lans, lector Kansrijk Ondernemen bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen en Lidy van Oers, onderzoeksbegeleider bij MBO Opleidingsschool/Koning Willem 1 College  

Masterdocenten en practoren doen momenteel op verschillende ROC’s praktijkonderzoek naar 21ste-eeuwse vaardigheden. Dit onderzoek in het mbo is echter versplinterd; voor een deel vindt dit onderzoek plaats in de scholen die bij Kompas21 zijn aangesloten, maar daar is nog geen sprake van structurele uitwisseling tussen docentonderzoekers. Deze mini-reeks gaat daar verandering in brengen. We richten een werkgroep op van Kompas21 deelnemers (7/8 ROC’s) die actief kennis en ervaring met elkaar deelt. Ook kan de werkgroep in de toekomst nieuw en aanvullend onderzoek agenderen en acquireren. Tijdens de Mbo Onderzoeksdag zijn scholen en onderzoekers buiten Kompas21 van harte welkom om aan te haken bij de eerste inzichten van de werkgroep.  

 Deelnemers aan de minireeks: 

  • Thomas Lans 
  • Marcel Metsaars 
  • Ingrid Janssen-de Graaf 
  • Lidy van Oers 
  • Sylvia Kiewiet- van Ginkel 
  • Migchiel van Diggelen 
  • Jeroen Kraan 
  • Els Esselink 
  • Harry de Rijk 
  • Ellen van Eden 
  • Tom Hogendoorn 

 Opbrengsten minireeks: 

Tijdens de minireeksen brachten we onder de deelnemers de verschillende aanpakken en het gebruikte instrumentarium in kaart waarmee de ontwikkeling van 21ste-eeuwse vaardigheden c.q. brede ondernemerschapsvaardigheden van/door studenten gevolgd kunnen worden. 

In de tweede sessie is met de deelnemers een eerste inventarisatie gemaakt welke onderzoeksvragen hierbij een rol spelen. Deze onderzoeksvragen zijn geclusterd tot tien verschillende thema’s.  

 Tijdens de mbo onderzoeksdag werden de lopende onderzoeken gepresenteerd en zijn de verschillende aanpakken en onderzoeksthema’s verder aangevuld door de deelnemers die aanwezig waren tijdens de sessie. De volgende nieuwe deelnemers waren daarbij aanwezig: 

  • Wietske Kuijer 
  • Bianca Dusseljee 
  • Benedicte Taks
  • Harry v.d. Schans 
  • Daisy Verhoeven 
  • Marjo van Giesburg 

Afsluitend is met de deelnemers een prioritering aangebracht in de onderzoekthema’s en was er de gelegenheid om aan te geven aan welke onderzoeksthema’s een ieder zou willen deelnemen.  

Tijdens de laatste bijeenkomst van de minireeks op 17 november 2021 keken we terug naar de opbrengsten van de mini-reeks en is een begin gemaakt met het vormen van de eerste SIG’s (Special Interest Groups) om met enkele thema’s actief aan de slag te gaan. Niet iedereen kon daarbij aanwezig zijn en iedereen die alsnog wil deelnemen is van harte welkom om hierbij aan te sluiten. Alle opbrengsten tot nu toe en voor wat verder uitgewerkt wordt, is te volgen op het Miro-bord dat je kan bekijken via de button.  

In januari 2022 wordt een vervolgbijeenkomst georganiseerd. Als je hierbij (of al eerder) wilt aansluiten, kun je dit aangeven door een e-mail te sturen naar Tom Hogendoorn 

Contactgegevens: thogendoorn@novacollege.nl, T (023) 530 32 00, M 06-13611662

Mini-reeksleider: Maaike Koopman, senior onderzoeker bij het Lectoraat Beroepsonderwijs, Kenniscentrum Leren en Innoveren, Hogeschool Utrecht
Sparringpartner: Kathinka van Doesem docent/onderzoeker bij mboRijnland.
Vanuit het Lectoraat Beroepsonderwijs: Anne Khaled, Liesbeth Baartman en Ilya Zitter

In het beroepsonderwijs vinden verschillende typen leren plaats. Zo kan leren bijvoorbeeld gericht zijn op het opbouwen van kennis, socialisatie, ontwikkeling van een beroepsidentiteit, transformatie van een beroepspraktijk, enzovoorts. Deze typen leren komen tot stand doordat studenten verschillende leerprocessen doorlopen en leeractiviteiten uitvoeren. Een voorbeeld: het opbouwen van kennis vraagt heel andere leerprocessen en –activiteiten dan socialiseren.  

Als ontwerper van leeromgevingen of begeleider van studenten is het belangrijk dat je je bewust bent van hoe je naar leren kijkt en dat je weet welk leren je wilt oproepen of ondersteunen. In de mini-reeks en op de Mbo Onderzoeksdag zijn we in gesprek gegaan over vragen als:  

  • Wat is je eigen kijk op leren? Welk type leren zouden je studenten in een bepaalde situatie moeten of kunnen nastreven?  
  • Hoe kun je studenten steunen bij het doorlopen van een leerproces of het inzetten van leeractiviteiten? 
  • Hoe kun je het leren van studenten monitoren?
  • Hoe kun je ontwerpen voor leren? 

Het belang van goede afstemming kwam daarbij naar voren. Bijvoorbeeld de afstemming tussen opleiding en begeleiders op de werkplek over welk type leren beoogd, maar ook afstemming tussen leerdoelen, beoogde manier van leren, begeleiding en toetsen en beoordelen. 

Op welke manier bevorder jij het leren van studenten? Als ontwerper van leeromgevingen of begeleider van mbo-studenten is het belangrijk dat je je bewust bent van hoe je naar leren kijkt. Je weet welke vorm van leren je wilt oproepen of ondersteunen, zodat studenten zich tot bekwame beroepsuitoefenaars ontwikkelen. Tijdens deze mini-reeks krijg je inzichten uit een literatuurreview naar leerprocessen tijdens het opleiden voor beroepsuitoefening door het Lectoraat Beroepsonderwijs (Hogeschool Utrecht). Je gaat met elkaar in gesprek en maakt de vertaalslag van de inzichten naar jouw dagelijkse praktijk. (Praktijk)opleiders kunnen de inzichten gebruiken om leren van studenten te begeleiden, leerprocessen te monitoren en om heel gericht bepaalde manieren van leren te ontlokken met behulp van leeromgevingen.

Contactgegevens Maaike Koopman: maaike.koopman@hu.nl 

Speciaal aanbod

In zijn sessie praatte Jan Bransen met aanwezigen door over de functie en vorm van onderzoek. Onderzoek ziet hij als iets wat krachtig en boeiend is vanwege het proces zelf (‘de dans’). Onderzoek leidt volgens hem niet in een product dat daarna zomaar gekopieerd kan worden (‘het schilderij’). Op een andere plek moeten mensen dat onderzoek opnieuw tot leven brengen. Jan ging in gesprek over hoe we vanuit het mbo aankijken tegen het onderzoeksproces en hoe je kennis uit onderzoek kan benutten.

Simone Barneveld en Niek van den Berg, NRO 

Je ziet iets gebeuren in je school en krijgt een innovatie- en onderzoeksidee. Een team of een leidinggevende komt bij je met ‘Kun je hier niet eens onderzoek naar doen?’ Hoe ga je met dat soort ideeën en vragen aan de slag? Hoe kom je tot de kern van een vraagstuk? Hoe verdiep je je inhoudelijk? En hoe houd je iedereen aangehaakt zodat het onderzoek ook van betekenis is voor het onderwijs?

In deze masterclass gingen de deelnemers actief met dit soort vragen aan de slag. Ze benutten elkaars expertise en kregen concrete tips van Niek van den Berg (onder andere kennismakelaar bij de Kennisrotonde en lector Grenspraktijken bij AHW), en Simone Barneveld (communicatieadviseur bij de Kennisrotonde). Samen leerden we meer over hoe je vraagstukken boven water haalt, je er verder in verdiept, en een vervolgplan maakt. Van belang voor iedereen die slim en goed praktijkonderzoek wil doen!

Contactgegevens: Simone Barneveld (s.barneveld@nwo.nl) en Niek van den Berg (n.vandenberg@kennisrotonde.nl)

Back To Top